
Het ligt misschien niet aan het verhaal
Wie tijdens een spannende film moeite heeft zijn ogen open te houden, merkt mogelijk de gevolgen van de lucht in een volle, afgesloten zaal. Die kan in twee uur snel veranderen.
Twee voorstellingen, twee heel verschillende uitkomsten
We vergeleken metingen bij een lage en een hoge bezetting. Het verschil was duidelijk:
• Bij 10% bezetting bleef CO2 de hele voorstelling onder de ventilatiereferentie van 1.000 ppm, gemiddeld 544 ppm. • Bij ongeveer 90% bezetting lag iedere vijfminutenmeting boven 1.000 ppm, gemiddeld 1.246 ppm met een piek van 1.312 ppm.
De grens van 1.000 ppm is hier een praktische ventilatiereferentie, geen universele gezondheidsgrens. Daarboven houdt de toevoer van buitenlucht de aanwezige mensen niet goed bij. Verhoogde CO2 in slecht geventileerde ruimtes wordt in verband gebracht met vermoeidheid en minder concentratie.
Ook de temperatuur speelde mee: bij lage bezetting werd het 27°C en bij hoge bezetting gemiddeld 27,4°C. Warme, bedompte lucht helpt niet om alert te blijven.
Filtratie was niet het grootste probleem
PM2.5 en radon bleven tijdens beide voorstellingen laag. Dat is positief, al zegt een korte meting niets over het langdurige radongemiddelde.
Het belangrijkste signaal was CO2. Een deeltjesfilter vangt fijnstof, maar verwijdert niet de CO2 die bezoekers uitademen. Daarvoor is voldoende buitenlucht nodig.
Praktisch advies voor bioscoopexploitanten
Zet de ventilatie vóór een drukke voorstelling op bezettingsstand, controleer de buitenluchtkleppen en behoud de hogere luchtstroom tijdens de film. Blijft CO2 stijgen, laat dan luchttoevoer en zaalcapaciteit door een HVAC-specialist beoordelen.
